Ga naar de hoofdinhoud

Warmteprogramma

We zijn gestart met het maken van het warmteprogramma. In dit programma beschrijft de gemeente hoe het dorp verder van aardgas overgaat op duurzamere energie om woningen en gebouwen te verwarmen en koelen, te koken en warm water te krijgen.

Wat komt er in het warmteprogramma?

In het warmteprogramma komt te staan:

  • Welke warmte- en koudeoplossing het beste past in elk gebied/buurt
  • Wanneer gebieden/buurten over kunnen stappen op een duurzame oplossing.
  • In welke gebieden/buurten we als eerste aan de slag gaan en hoe we dat doen.
  • Welke hulp en ondersteuning er is voor inwoners en gebouweigenaren bij het verduurzamen van hun woning of gebouw.
  • Hoe we inwoners en andere belanghebbenden betrekken bij het maken van een uitvoeringsplan voor hun gebied.

Activiteiten

Afgelopen activiteiten

  • Datum activiteit: september 15de, 2026 van 17:30 tot 19:00.

    Locatie

    Dorpscentrum Oegstgeest

    Geregistreerden

    9 geregistreerden

Fasen

Overzicht van de fases
Fase 2: Reageren op Notitie Reikwijdte Detailniveau (NRD)
Reageren op Notitie Reikwijdte Detailniveau (NRD)

Reageren op Notitie Reikwijdte Detailniveau (NRD)

16 september 2026 22:00 - 19 oktober 2026 21:59

In een milieueffectrapportage staat wat de gevolgen zijn voor het milieu en de leefomgeving als we andere warmteoplossingen, in plaats van aardgas, gaan gebruiken. De eerste stap die hiervoor gezet moet worden, is het maken van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD).

Reageren op de NRD

De NRD is van 7 september tot en met 19 oktober in te zien. U kunt reageren op de NRD met een zienswijze. Ga naar www.oegstgeest.nl/NRD voor meer informatie en het indienen van een zienswijze.

Wat is een planMER?

Een planMER (milieueffectrapportage-procedure) is een onderzoek waarin de mogelijke gevolgen van verschillende mogelijke warmteoplossingen voor het milieu en omgeving in beeld worden gebracht. Er wordt gekeken naar effecten op bijvoorbeeld natuur, water, bodem, geluid, verkeer, archeologie en omgevingsveiligheid. Ook de mogelijkheden voor koeling worden meegenomen. Voor ieder mogelijke warmteoplossing wordt onderzocht hoe kan worden voorzien in de behoefte aan koude, zodat een integrale afweging van warmte- en koudevoorzieningen mogelijk is. Een planMER helpt de gemeente om de verschillende alternatieven zorgvuldig met elkaar te vergelijken en goed onderbouwde keuzes te maken bij het opstellen van het warmteprogramma.

Wat is een NRD?

NRD staat voor Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In deze notitie staat beschreven wat er in de planMER onderzocht gaat worden en hoe dat onderzoek wordt uitgevoerd. De NRD geeft antwoorden op vragen als:

  • Welke alternatieven voor warmte- en koude voorziening worden onderzocht?
  • Welke milieu- en omgevingseffecten worden bekeken?
  • Welke onderzoeksmethoden worden gebruikt?
  • Hoe uitgebreid wordt het onderzoek uitgevoerd?

De NRD is dus het onderzoeksplan voor de planMER.

Waarom wordt de planMER opgesteld?

Bij het opstellen van het warmteprogramma gaat de gemeente belangrijke keuzes maken over toekomstige duurzame warmteoplossingen in de gebouwde omgeving. De wet schrijft voor dat de mogelijke gevolgen voor het milieu bij dit soort plannen zorgvuldig onderzocht moeten worden. Met de planMER krijgt de gemeente inzicht in de voor- en nadelen van verschillende mogelijke warmteoplossingen. Zo kunnen alle gevolgen voor het milieu worden meegenomen in de besluitvorming over voorkeursoplossingen.

Welke alternatieven worden onderzocht?

In de planMER worden de milieueffecten van de verschillende mogelijke warmteoplossingen onderzocht. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor koeling. Zo ontstaat een compleet beeld van de gevolgen van de verschillende oplossingen voor milieu en omgeving. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar:

  • verschillende mogelijke warmteoplossingen, zoals warmtenetten, individuele warmtepompen of andere duurzame warmtevoorzieningen;
  • verschillen in milieueffecten van deze alternatieven tussen gebieden binnen de gemeente;
  • de gevolgen van de verschillende alternatieven voor milieu, leefomgeving en klimaat.

De precieze onderwerpen die worden onderzocht staan beschreven in de NRD.

Wie voert het planMER uit?

De gemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van het warmteprogramma en het planMER. Het milieueffectonderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijk gespecialiseerd adviesbureau. De resultaten van het onderzoek gebruiken we als onderbouwing voor de keuzes die uiteindelijk in het warmteprogramma worden gemaakt.

Samenvatting NRD

In de planMER vergelijken we verschillende mogelijke duurzame warmteoplossingen. Daarbij kijken we zowel naar collectieve oplossingen, waarbij meerdere gebouwen worden aangesloten op een gezamenlijk systeem, als naar individuele oplossingen per woning of gebouw.

Collectieve warmteoplossingen: dit zijn warmtevoorzieningen waar meerdere woningen in een gebied, wijk of buurt op aangesloten kunnen worden

1. Regionaal middentemperatuur-warmtenet (55-75°C)

Een warmtenet dat gebruikmaakt van warmte uit regionale bronnen, zoals geothermie of restwarmte uit de industrie. Warmte wordt via een netwerk van leidingen naar gebouwen gebracht.

2. Lokaal middentemperatuur-warmtenet (55-75°C)

Een lokaal georganiseerd warmtenet gevoed door bronnen zoals aquathermie, warmte-koudeopslag (WKO) of buitenlucht, aangevuld met een centrale warmtepomp.

3. Zeer-lagetemperatuurwarmtenet (lager dan 20°C)

Een lokaal systeem dat gebruikmaakt van bronnen zoals aquathermie of WKO. Gebouwen ontvangen warmte via een individuele warmtepomp.

4. WKO-systeem met zeer-lagetemperatuurwarmtenet

Een oplossing op object- of gebouwniveau met warmte-koudeopslag in de bodem, eventueel gecombineerd met lokale warmtebronnen.

Individuele warmteoplossingen: dit is een warmtevoorziening waar één woning op aangesloten wordt

5. Lucht-waterwarmtepomp

Een warmtepomp die warmte uit de buitenlucht haalt voor verwarming en warm tapwater.

6. Bodemwarmtepomp

Een warmtepomp die gebruikmaakt van warmte uit de bodem en daarnaast ook koeling kan leveren.

7. Lucht-luchtwarmtepomp (airco)

Een systeem dat warmte uit de buitenlucht gebruikt voor ruimteverwarming. Warm tapwater wordt hierbij via een afzonderlijke installatie geleverd.

Bij de beoordeling van de warmteoplossingen kijken we ook naar de voorwaarden die nodig zijn om een bepaalde oplossing toe te passen, zoals isolatie van gebouwen, benodigde ruimte voor installaties en eventuele aanpassingen aan verwarmingssystemen. Ook onderzoeken we welke mogelijkheden deze alternatieven bieden voor mogelijkheden van koeling in de zomer.

Welke effecten onderzoeken we?

Voor alle warmtealternatieven onderzoeken we de gevolgen voor de leefomgeving en het milieu. We kijken zowel naar de aanlegfase, als naar de gebruiksfase.

De volgende thema’s worden onderzocht:

  • Klimaat en energie: effecten op energiegebruik, energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot
  • Geluid en trillingen: mogelijke hinder door installaties, warmtepompen en werkzaamheden
  • Bodem: effecten op bodemkwaliteit en ondergrond, bijvoorbeeld door bodemenergiesystemen
  • Lucht: effecten op luchtkwaliteit tijdens aanleg en gebruik
  • Water: effecten op oppervlaktewater, grondwater en watersystemen
  • Natuur en biodiversiteit: mogelijke gevolgen voor beschermde soorten, natuurgebieden en ecologische waarden
  • Circulariteit: gebruik van materialen, grondstoffen en mogelijkheden voor hergebruik
  • Ruimtelijke kwaliteit: invloed op het straatbeeld, de openbare ruimte en de kwaliteit van de leefomgeving
  • Verkeer: effecten van werkzaamheden en transportbewegingen
  • Archeologie en cultuurhistorie: mogelijke gevolgen voor archeologische waarden en cultuurhistorisch erfgoed
  • Externe veiligheid: risico’s voor de omgeving, bijvoorbeeld bij warmte-infrastructuur of technische installaties.

Activiteiten

Afgelopen activiteiten

  • Datum activiteit: september 15de, 2026 van 17:30 tot 19:00.

    Locatie

    Dorpscentrum Oegstgeest

    Geregistreerden

    9 geregistreerden